70-genenprofiel leidt tot beter op gebruik chemotherapie bij vroege borstkanker

Borstkanker kan steeds beter worden behandeld. Niet iedere patiënt reageert echter even goed op medicatie. Het gebruik van een genexpressieprofiel, zoals het 70-genenprofiel, draagt bij aan een betere selectie van patiënten die met aanvullende systemische therapie behandeld worden. Dat blijkt uit een studie uit Utrecht.
Het gebruik van chemotherapie is bij patiënten met vroeg stadium hormoonreceptorgevoelige borstkanker tussen 2013 - 2016 aanzienlijk gedaald, terwijl de inzet van genexpressieprofielen toenam. Dat blijkt uit een studie van Julia van Steenhoven (Diakonessenhuis, UMCU) en collega’s. De daling in chemotherapie trad op in een periode dat er geen wijziging plaatsvond in de landelijke richtlijn Borstkanker (2012). In internationale richtlijnen werd echter al voorzichtig geadviseerd om minder chemotherapie te geven aan geselecteerde patiënten (ER+/HER2-). Deze studie weerspiegelt de toenemende terughoudendheid tot het geven van aanvullende chemotherapie aan geselecteerde patiënten met een vroeg stadium van borstkanker.
 
De vooruitzichten van patiënten met borstkanker zijn de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd, waardoor de kans op ‘overbehandeling’ is toegenomen. Een genexpressieprofiel, zoals het 70-genenprofiel, wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen patiënten met een hoog of laag risico op het ontwikkelen van afstandsmetastasen. Het 70-genenprofiel draagt bij aan een betere selectie van patiënten die met aanvullende systemische therapie behandeld worden.
 
De onderzoekers concluderen dat het gebruik van chemotherapie bij patiënten met een indicatie voor een genexpressieprofiel tussen 2013 - 2016 aanzienlijk is gedaald en dat de inzet van een genexpressieprofiel in deze periode toenam. De daling in het gebruik van chemotherapie trad op in een periode dat er geen wijziging plaatsvond in de landelijke richtlijn Borstkanker (2012), terwijl in internationale richtlijnen voorzichtig werd geadviseerd om minder chemotherapie te geven aan geselecteerde ER+/HER2- patiënten.
 
Klik hier voor meer informatie.

 

Gepubliceerd op:   2 september 2019 52 x bekeken
Gerelateerde artikelen

Nieuwe genen gevonden die resistentie veroorzaken bij medicatie borstkanker

De genen ERAS en IRS4 zorgen voor een snellere tumorgroei en zijn verantwoordelijk voor de resistentie tegen medicatie bij patiënten met HER2+ tumoren, een agressieve vorm van borstkanker. Dat blijkt uit recent promotieonderzoek van Gerjon Ikink aan de Amsterdam UMC.

17 oktober 2018185 x bekeken

Inzet genexpressietest ligt deels buiten indicatiegebied richtlijn borstkanker

Genexpressieprofielen worden relatief vaak gebruikt in Nederland om de besluitvorming rond adjuvante chemotherapie te ondersteunen bij patiënten met een vroeg stadium van borstkanker, hoewel dat niet in alle gevallen wordt aanbevolen in oncologische richtlijnen. Dat blijkt uit onderzoek van Kay Schreuder (IKNL) en collega’s. Ook stellen zij vast dat de uitslag van genexpressieprofielen niet altijd wordt nageleefd. Dit duidt op de behoefte aan reproduceerbare en objectieve instrumenten om deze besluitvorming beter te kunnen onderbouwen.

5 oktober 2017726 x bekeken

Onderzoek: bij borstkanker veel minder vaak chemotherapie nodig

Opvallend prominent in het nieuws op 25 augustus: duizenden vrouwen in Nederland met borstkanker kunnen waarschijnlijk af zonder slopende chemotherapie. Een Nederlands bedrijf heeft een test ontwikkeld, die voorspelt wanneer chemo veilig en wel achterwege kan blijven. Deze opvallende claim is gebaseerd op een langjarig wetenschappelijk onderzoek onder duizenden patiënten, waarvan deze week de resultaten worden gepresenteerd in het vooraanstaande Amerikaanse medisch vakblad NEJM.

30 augustus 2016754 x bekeken