DNA-onderzoek voor persoonsgerichte medicatie psychiatrie

Twee derde van de patiënten in de psychiatrie reageert niet goed op een behandeling met medicijnen. Daarbij spelen ook variaties in de genen een rol: zij kunnen bepalen of ernstige bijwerkingen kunnen optreden of ervoor kunnen zorgen dat medicatie niet aanslaat.
Er is een internationaal onderzoek gestart dat deze relatie tussen respons op behandeling en de genetische achtergrond van mensen goed in kaart gaat brengen (farmacogenetica). Daardoor kan het voorschrijven van medicijnen aan patiënten met psychische stoornissen beter op de persoon worden afgestemd en de therapie effectiever.

Vanwege het chronische en terugkerende karakter van psychische stoornissen én de toegenomen levensverwachting, zal de maatschappelijke last van psychiatrische aandoeningen steeds verder toenemen. Het is daarom van belang om behandelingen met medicijnen in de psychiatrie effectiever te maken, zeker omdat twee derde van de patiënten niet goed op medicatie reageert. Daarmee wordt onderzoek gedaan naar farmacogenetica; zo kan via de kennis van variaties in het menselijk dna worden verklaard waarom geneesmiddelen bij sommige mensen veel bijwerkingen geven en/of bij andere mensen niet of nauwelijks werken. Deze variaties in het dna kunnen namelijk leiden tot verschillen in de activiteit van eiwitten die ervoor zorgen dat medicijnen door het lichaam worden opgenomen.

In Nederland wordt farmacogenetica steeds vaker toegepast, bijvoorbeeld in de oncologie. Binnen de psychiatrie gebeurt dat tot nog toe niet of nauwelijks. Recente studies tonen echter aan dat het ook daar van belang is, omdat bepaling van de genen die betrokken zijn bij de omzetting van medicijnen de effectiviteit van de behandeling kan doen toenemen.

Klik hier voor meer informatie
Gepubliceerd op:   4 mei 2021 93 x bekeken