Eerste genen voor ADHD gevonden

Een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook onderzoekers van het Radboudumc – hebben twaalf van naar schatting duizenden ADHD-genen geïdentificeerd. De nieuwe genetische ontdekking biedt nieuw inzicht in de biologie achter het ontstaan van ADHD.
Er zijn twaalf genetische variaties gevonden die het risico op ADHD verhogen. Een internationaal team van onderzoekers van het Psychiatric Genomics Consortium, waaronder verschillende Radboudumc-onderzoekers, het Deense iPSYCH project en het Broad Institute van Harvard en MIT publiceerden hierover in Nature Genetics. Deze resultaten kwamen tot stand door het combineren van grote groepen proefpersonen. Hoewel deze twaalf genen een bescheiden rol spelen in het ontstaan van ADHD, is deze studie een zeer belangrijke stap in het begrijpen van de biologie van de aandoening.
 
Veel psychiatrische aandoeningen hebben een genetische basis. Dit geldt met name voor ADHD, waarbij het risico op de aandoening voor 75 procent erfelijk is. Onderzoek naar de genetische basis van deze erfelijkheid leverde echter tot nu toe weinig resultaat op. Onderzoekers van het Psychiatric Genomics Consortium hebben nu de erfelijke variaties vergeleken in het complete DNA van 20.000 mensen met en 35.000 mensen zonder ADHD. Hieruit kwamen variaties op twaalf locaties van het DNA naar voren die een verhoogd risico geven op het krijgen van ADHD.
 
Naar schatting zijn er duizenden genen betrokken bij het ontstaan van ADHD. Daarom is dit nog maar het begin, aldus de onderzoekers. Uit het onderzoek blijkt inmiddels wel dat de genetische bijdrage aan ADHD hetzelfde is als die aan gedragskenmerken als aandacht en activiteit. Hoe meer van zulke genvariaties iemand heeft, des te hoger het risico om ADHD te ontwikkelen.
 
De nieuwe genetische ontdekking biedt nieuw inzicht in de biologie achter het ontstaan van ADHD. Enkele van de gevonden genen hebben bijvoorbeeld een functie in de communicatie tussen hersencellen, terwijl andere genen belangrijk zijn voor cognitieve functies zoals leren. Ook het FOXP2-gen liet een duidelijkverband met ADHD zien. Dit onderzoek legt een belangrijk fundament voor verder onderzoek naar ADHD. Dat is nodig, want omdat het effect van de gevonden genvariaties relatief klein is, zijn deze nog niet toepasbaar voor het opzetten van een diagnostische test.
 
Klik hier voor het volledige bericht en hier voor het artiukel in Nature Genetics.
 

 

Gepubliceerd op:  12 december 2018 509 x bekeken
Gerelateerde artikelen

Genetische oorzaken bij ziekte van Stargardt gevonden

Bij een kwart van patiënten met de ziekte van Stargardt was tot voor kort geen duidelijke genetische oorzaak aanwijsbaar. De volledige oorzaak van deze erfelijke oogziekte, nl. mutaties in beide kopieën van het betrokken gen, kon vaak niet worden gevonden. Onderzoekers van het Radboudumc en hun collega’s is dat nu wel gelukt.

25 februari 2019243 x bekeken