Medicatie afstemmen op iemands moleculair tumorprofiel blijkt zinvol

Ongeveer één op de drie uitbehandelde patiënten met kanker heeft baat bij een offlabel-medicijn dat is afgestemd op hun moleculaire tumorprofiel. Dit blijkt uit de resultaten van twee jaar precisiegeneeskunde in het Nederlandse Center for Personalized Cancer Treatment (CPCT).
Het onderzoek werd onlangs gepubliceerd in Nature.

In de oncologie speelt personalized medicine – of ‘precisiegeneeskunde’ of ‘therapie op maat’ – een steeds grotere rol. Behandelmogelijkheden die aangrijpen op de unieke kenmerken van de tumor nemen gestaag toe. Deze precisiemedicijnen zijn gericht tegen een specifieke dna-mutatie in een specifieke kanker. De middelen worden standaard uitsluitend ingezet als de patiënt lijdt aan de specifieke kankersoort en in de tumor de specifieke mutatie is aangetoond. In het recente CPCT-onderzoek is gebleken dat deze precisiemedicijnen soms ook werken bij patiënten met een andere vorm van kanker, mits die specifieke mutatie ook aanwezig is. Een medicijn tegen eierstokkanker werd bijvoorbeeld gebruikt bij patiënten met een bepaald type alvleesklierkanker, een middel tegen darmkanker bij patiënten met een variant van een melanoom.

Hoopvol
Het onderzoek werd gestart met een groep uitbehandelde patiënten. De onderzoekers analyseerden het tumormateriaal en maakten gebruik van een databank met dna van kankerpatiënten uit het hele land. Door duizenden profielen met elkaar te vergelijken ontdekten zij dat patiënten met verschillende kankersoorten soms dezelfde dna-fouten delen die de tumor laten groeien.
Uiteindelijk werden bijna 300 patiënten behandeld met een bestaand medicijn dat niet is geregistreerd voor het type kanker waar zij aan leden. Een kleine groep blijkt gebaat bij medicijnen die voor andere vormen van kanker zijn bedoeld: bij 34 procent van de patiënten bleef hun situatie vier maanden of langer stabiel of werd de tumor kleiner. Zij leefden zeven tot dertien maanden langer. De onderzoekers waarschuwen dat er nog veel meer onderzoek nodig is om het effect van bredere inzet van bestaande middelen te onderbouwen. De eerste resultaten laten echter zien dat het kan lonen om van uitbehandelde kankerpatiënten het dna te analyseren.

DRUP
Precisiegeneeskunde is kostbaar en slechts geschikt voor kleine groepen patiënten. Dat staat implementatie en vergoeding in de weg. Daarom is het zonde om een al bestaand middel op de plank te laten liggen, terwijl het breder inzetbaar kan zijn. ‘Hergebruik’ ligt voor de hand en onderzoek naar effect op basis van de genetische kenmerken van de tumor lijkt zinvol. Dit hergebruik staat bekend als het ‘drug rediscovery protocol’ ofwel DRUP. Hierbij slaan farmaceuten, diagnosticabedrijven, wetenschappers, behandelaars en zorgverzekeraars de handen ineen om dure kankermedicatie effectiever in te zetten en (meer) patiënten te helpen.
Gepubliceerd op:  29 november 2019 264 x bekeken