Marktmacht zorgaanbieders aanzienlijk

Huisartsen en ziekenhuizen staan een stuk sterker in de onderhandelingen met zorgverzekeraars dan algemeen aangenomen. Dat stellen onderzoekers van het Rotterdamse instituut Beleid & Management Gezondheidszorg naar het mededingingsbeleid.
Het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft willen onderzoeken hoe het staat met de machtsverhoudingen in de zorg. En welke rol is weggelegd voor het markt- en mededingingstoezicht om ongelijkheid te voorkomen. Het instituut heeft het onderzoek verricht in opdracht van de farmaceutische afdeling van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland (AmCham).
 
Het beeld van de ‘machtige zorgverzekeraars’ tegenover de ‘kwetsbare en afhankelijke zorgaanbieders’ strookt niet met de werkelijkheid, in ieder geval niet waar het gaat om huisartsen en ziekenhuizen. Daar geldt ‘eerder het omgekeerde’, luidt de conclusie in het rapport. ‘Ondanks dat enkele zorgverzekeraars op de lokale inkoopmarkt voor huisartsenzorg vaak een groot marktaandeel hebben en bovendien de contracten die de grootste zorgverzekeraar afsluit grotendeels worden gevolgd door de overige zorgverzekeraars, staan de huisartsen sterk in de onderhandelingen.’
 
Dat komt voornamelijk omdat de ‘vertrouwensrelatie’ tussen een patiënt en huisarts doorgaans veel sterker is dan die tussen verzekerde en zorgverzekeraar. Verzekeraars kunnen daarom ‘feitelijk niet heen’ om een contract met gevestigde huisartsen. Maar, erkennen de onderzoekers, voor de individuele huisarts is het lastig onderhandelen. Wat ontbreekt, is niet zozeer ‘marktmacht’, maar wel een collectief platform.
 
Ook ziekenhuizen hebben een stevige onderhandelingspositie. Anders ligt het bij de kleinschalige zelfstandige behandelcentra (zbc’s), waar de macht duidelijk meer in het voordeel ligt van de zorgverzekeraars. Tussen zorgverzekeraars en apothekers lijken de machtsverhoudingen beter in balans, concluderen de onderzoekers.
 
De onderzoekers hebben gesproken met een tiental ‘stakeholders’, onder meer van vertegenwoordigers van zorgverzekeraars, medisch specialisten, actiegroep ‘Het roer moet om’, de LHV en (kleine) ziekenhuizen. De onderzoekers denken dat de bestaande instrumenten in principe toereikend zijn voor markt- en mededingingstoezicht, alleen worden ze niet goed toegepast. De onvrede komt voort uit ‘overtoepassing’ (bij huisartsen) en ‘ondertoepassing’ (bij ziekenhuizen). De Autoriteit Consument & Markt (ACM) moet de bestaande regels beter gaan toepassen.
Gepubliceerd op:   8 april 2016 1550 x bekeken
Gerelateerde artikelen

Ziekenhuizen en zorgverzekeraars geven vernieuwing van ziekenhuiszorg extra impuls

Om een extra impuls te geven aan de noodzakelijke vernieuwing van de zorg hebben de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) een pakket van maatregelen afgesproken. Naast een financiële injectie om nieuwe initiatieven versneld van de grond te krijgen, bundelen ziekenhuizen en zorgverzekeraars hun krachten om de stijgende kosten van dure geneesmiddelen te beteugelen, gepast gebruik verder te bevorderen en om knelpunten op IT-gebied aan te pakken.

19 februari 20201517 x bekeken

FiZi: Ziekenhuizen gaan dit jaar omzetplafonds overschrijden

Uit de Financiële Zorgthermometer van FiZi blijkt dat 90 procent van de ziekenhuizen verwacht dit jaar het omzetplafond bij één of meerdere zorgverzekeraars te overschrijden. Meer dan de helft geeft aan zorg te blijven doorleveren ondanks de mogelijk negatieve financiële impact.

6 november 2019764 x bekeken