‘Verbod op DNA-test zonde en schadelijk’

De Nederlandse wetgeving staat verantwoord DNA-onderzoek in de weg. Door het verbod op het aanbod van genoomtests krijgen bonafide bedrijven geen kans en zijn mensen overgeleverd aan de internationale markt. Dat is zonde en potentieel schadelijk, stelt medisch ethica Eline Bunnik in haar proefschrift.

Bunnik beschrijft de ethische vragen rondom nieuwe genoomtechnologieën, zoals (micro)arrayanalyses ensequencing, die mensen inzicht kunnen geven in hun erfelijke aanleg voor ziekten. Dat inzicht kan hen verder helpen, bijvoorbeeld als ze een ziekte kunnen voorkomen door hun leefstijl aan te passen of op tijd naar de dokter te gaan. Maar het kan hen ook schaden indien de ziekte niet te voorkomen is en als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangt.

Bunnik meent dat iedereen deze voor- en nadelen zelf moet kunnen afwegen en dat de overheid daarvoor de juiste voorwaarden moet scheppen, zoals goede informatievoorziening en een verantwoord commercieel testaanbod. ‘Als we de vruchten willen plukken van de genoomrevolutie, dan moeten we de bestaande wettelijke kaders herzien’, stelt ze.

Op dit moment is het aanbieden van genoomtest verboden op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). Commerciële bedrijven op de internationale markt die wel DNA-analyses aanbieden, doen dat lang niet altijd op een verantwoorde manier, ontdekte Bunnik, die haar genoom liet analyseren bij het Amerikaanse 23andMe. ‘Er is een verschil tussen data en informatie. Als je niet weet hoe je de testresultaten moet interpreteren en welke voorspellende waarde je eraan kunt hechten, dan heb je er niets aan.’ Bunnik verwacht dat bonafide, professionele aanbieders, indien ze de kans krijgen, wel op de juiste manier zullen testen en hun klanten goed zullen begeleiden. Bunnik is op 10 juni gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. 

Gepubliceerd op:  12 juni 2014 1751 x bekeken