Biomarkers voorspellen behandeluitkomst MS en reuma

Vóór het starten van bepaalde medicijnen bij multiple sclerose (MS) of reumatoïde artritis (RA) kan met behulp van biomarkers worden voorspeld of de therapie zal aanslaan. Dit is van belang om de patiënt in een zo vroeg mogelijk stadium van zijn ziekte met de, voor hem, juiste medicatie te kunnen behandelen. Dat stelt Saskia Vosslamber in haar proefschrift dat zij eind mei verdedigde aan het VUmc.

Eerdere studies hebben aangetoond dat bij een deel van de patiënten met auto-immuunziekten een specifiek biologisch systeem geactiveerd is: het type-I-interferon (IFN)-systeem. Bij een behandeling met interferon-bèta (MS) of rituximab (RA) wordt dit type-I-IFN-systeem verder geactiveerd. Uit de onderzoeken van Vosslamber blijkt dat een verhoogde activatie van het systeem vóór de start van behandeling is geassocieerd met een slechte klinische respons op de therapie. De basis voor de ontregeling van dit systeem ligt, zo ontdekte Vosslamber, bij de genetische variatie in het gen IRF5. Dit gen is bepalend voor de activatie van het type-I-IFN-systeem tijdens behandeling met interferon-bèta bij MS-patiënten.

In haar proefschrift stelt Vosslamber dat zij met haar onderzoek de basis heeft gelegd voor het gebruik van de mate van activatie van het type-I-IFN-systeem en het gen IRF5 als biomarkers voor het voorspellen van het effect van behandeling van MS- en RA-patiënten, maar dat verdere validatie van de klinische toepasbaarheid noodzakelijk is.

Voor meer informatie: het proefschrift heeft als titel ‘Het type I interferon systeem in auto-immuunziekten: moleculaire markers voor heterogeniteit en voorspelling van respons op behandeling’, Saskia Vosslamber.

Gepubliceerd op:  12 juni 2014 789 x bekeken