Dna-veerkracht lijkt mede te bepalen of mensen posttraumatische stressstoornis krijgen

Uit een langlopend onderzoek onder Afghanistan-veteranen blijkt dat het aanpassingsvermogen van DNA mogelijk een rol speelt bij het al dan niet optreden van een posttraumatische stressstoornis. Hierover berichtte de Volkskrant begin juli.
Veerkracht in het dna lijkt mede te bepalen of mensen posttraumatische stressstoornis (ptss) krijgen na schokkende ervaringen. Dat blijkt uit een langlopend onderzoek onder 93 Nederlandse Afghanistan-veteranen van wie bloedmonsters werden genomen. Mogelijk is de ene mens in biologisch opzicht kwetsbaarder voor ptss dan de ander.

Dat traumatische gebeurtenissen hun stempel drukken op ons dna - of nauwkeuriger gezegd: op hoe ons dna wordt afgelezen, wordt al langer vermoed. Epigenetica heet deze jonge wetenschap. 'Maar in het onderzoek tot nu toe werden groepen mensen vergeleken na blootstelling aan een traumatische ervaring', zegt hoofdonderzoeker Bart Rutten, hoogleraar Neurowetenschappen van Psychische Stoornissen aan de Universiteit Maastricht. Zo werden bloedmonsters vergeleken van mensen die wel of niet de aanslag op het World Trade Center meemaakten.

Via het Ministerie van Defensie konden de onderzoekers beschikken over bloedmonsters van militairen van zowel voor als na blootstelling aan de oorlog in Afghanistan. Deze studie biedt daarom veel meer zekerheid over het verband tussen de traumatische ervaring en de veranderde manier waarop de genen tot expressie komen.

Bij alle militairen met traumatische ervaringen tijdens de missie bleek de expressie van een aantal genen die een rol spelen bij stress te zijn veranderd. Maar bij de militairen met ptss waren de adaptieve epigenetische veranderingen minder groot dan bij militairen zonder ptss.

Klik hier voor meer informatie.
Gepubliceerd op:   7 juli 2017 299 x bekeken