Familiaire Hypercholesterolemie (FH) zo vroeg mogelijk opsporen

Met het opnieuw invoeren van een bevolkingsonderzoek kunnen er per jaar 2.000 patiënten worden opgespoord, terwijl dat aantal anders op 400 blijft steken. Het is kiezen tussen € 2 miljoen uitgeven aan preventie of het risico lopen op minimaal € 13 miljoen aan zorgkosten.
Janneke Wittekoek, cardioloog en medisch directeur van de Stichting LEEFH heeft een infographic met deze strekking tijdens het recent gehouden preventiedebat aangeboden aan het Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D’66). “Jaarlijks krijgen naar schatting 1 op 3 niet-opgespoorde FH-patiënten een hartinfarct, wat €20.000 aan behandelkosten per persoon betekent. Terwijl we met preventief handelen niet alleen de hartinfarcten voorkomen, maar ook slechts € 100 per persoon per jaar kwijt zijn. Met LEEFH pleiten we er dan ook voor om het in 2013 beëindigde bevolkingsonderzoek dat de Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie (StOEH) uitvoerde, voort te zetten.”

Het erfelijke FH kent nog maar een korte geschiedenis, legt Janneke Wittekoek uit. “In de jaren tachtig werd in de vasculaire geneeskunde de rol van cholesterol bij het ontstaan van hart- en vaatziekten ontdekt. John Kastelein, hoogleraar bij het AMC, ontdekte in Canadese indianenreservaten hoe effectief het is als je grote families snel bij elkaar kunt krijgen als je erfelijke aandoeningen in kaart wilt brengen. Hij startte het pionierswerk rond FH in Nederland, in kleine West-Friese protestantse kerkjes en in katholieke parochies in Brabant, en legde de basis in 1994 voor de StOEH.”

De StOEH stelde zich als doel om zo veel mogelijk mensen met FH op te sporen, ter preventie van hart- en vaatziekten, Aanvankelijk waren dat er 700 tot 1.000 per jaar. Dat aantal nam vanaf 2003 snel toe toen het bevolkingsonderzoek startte en actieve opsporing mogelijk werd. “We hebben een periode met genetische veldwerkers geopereerd die mensen aan huis prikten.
Klik hier voor meer informatie. 
Gepubliceerd op:  26 mei 2016 491 x bekeken