Gebruik chemotherapie bij gen-expressieprofiel borstkanker vrijwel gelijk

Hoewel de richtlijnen zijn aangepast, is het aandeel patiënten met een vroeg stadium van borstkanker dat chemotherapie krijgt voorgeschreven op basis van een gen-expressieprofiel vrijwel gelijk gebleven in de periode 2012-2014 ten opzichte van 2004-2006. Dat blijkt uit onderzoek.

Sinds verbreding van de indicaties worden echter 13% méér patiënten geschikt geacht om in aanmerking te komen voor chemotherapie. Het consistente aandeel chemotherapie duidt erop dat aanpassingen van richtlijnen in de praktijk niet automatisch worden gevolgd. In de discussie gaan de onderzoekers, Anne Kuijer (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s, in op mogelijke oorzaken.

Tien jaar geleden zijn gen-expressieprofielen ingevoerd om zorgprofessionals te helpen bij de besluitvorming rond het aanbieden van adjuvante chemotherapie aan vrouwen met borstkanker. Sindsdien zijn de landelijke richtlijnen geleidelijk aan uitgebreid met meer indicaties voor adjuvante chemotherapie. In deze landelijke studie worden veranderingen in het aandeel adjuvante chemotherapie over de tijd geëvalueerd bij patiënten met oestrogeen-receptor positieve tumoren (ER+) in relatie tot het gebruik van gen-expressieprofielen bij patiëntengroepen die pas recent in aanmerking komen voor chemotherapie volgens de nationale richtlijn.

De onderzoekers verzamelden in de databank van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) gegevens van alle chirurgisch behandelde patiënten met een vroeg stadium van borstkanker die tussen 2004-2006 en 2012-2014 werden gediagnosticeerd. Vervolgens werden alle ER+ / HER2-patiënten geïdentificeerd met vergelijkbare tumoreigenschappen die in beide cohorten in aanmerking kwamen voor een gen-expressietest, doch die in de tijd een andere aanbeveling voor chemotherapie kregen op basis van de toen geldende richtlijn. In casu: ‘geen aanbeveling voor chemotherapie’ volgens de richtlijn uit 2004 en ‘wel een aanbeveling voor chemotherapie’ volgens de richtlijn uit 2012.

 

Gepubliceerd op:  22 juni 2016 520 x bekeken
Gerelateerde artikelen

70-genenprofiel leidt tot beter op gebruik chemotherapie bij vroege borstkanker

Borstkanker kan steeds beter worden behandeld. Niet iedere patiënt reageert echter even goed op medicatie. Het gebruik van een genexpressieprofiel, zoals het 70-genenprofiel, draagt bij aan een betere selectie van patiënten die met aanvullende systemische therapie behandeld worden. Dat blijkt uit een studie uit Utrecht.

2 september 201913 x bekeken

Onderzoek: bij borstkanker veel minder vaak chemotherapie nodig

Opvallend prominent in het nieuws op 25 augustus: duizenden vrouwen in Nederland met borstkanker kunnen waarschijnlijk af zonder slopende chemotherapie. Een Nederlands bedrijf heeft een test ontwikkeld, die voorspelt wanneer chemo veilig en wel achterwege kan blijven. Deze opvallende claim is gebaseerd op een langjarig wetenschappelijk onderzoek onder duizenden patiënten, waarvan deze week de resultaten worden gepresenteerd in het vooraanstaande Amerikaanse medisch vakblad NEJM.

30 augustus 2016698 x bekeken

MammaPrint bepalend voor wel of geen chemotherapie

Betrouwbaarheid en effectiviteit van de MammaPrint, die op basis van de activiteit van zeventig genen het persoonlijk risico voorspelt of een borsttumor zal uitzaaien, zijn aangetoond in een Europees onderzoek onder 6693 patiënten, waarvan ruim 2000 uit Nederland.

29 april 2016650 x bekeken