Genenprofiel voorspelt gevoeligheid voor borstkankermedicijn

Het borstkankermedicijn Tamoxifen redt veel vrouwen het leven. Maar ongeveer een derde van de vrouwen die het slikt krijgt toch uitzaaiingen. Vooraf voorspellen bij wie het medicijn zal werken is erg lastig. Nieuw onderzoek van het Antoni van Leeuwenhoek brengt hier mogelijk verandering in. De resultaten zijn in juli gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cancer Research.

Tamoxifen is een van de meest gebruikte medicijnen bij de behandeling van hormoongevoelige borstkanker. Ongeveer 70 % van de vrouwen met borstkanker heeft een tumor die gevoelig is voor het hormoon oestrogeen. Tamoxifen remt dit hormoon, en kan zo de verdere groei van de tumor en uitzaaiingen helpen voorkomen. Maar één op de drie vrouwen krijgt ondanks de Tamoxifen toch uitzaaiingen. Het zou dus veel schelen als kan worden voorspeld bij wie de Tamoxifen wel of niet zal aanslaan. Zodat bijtijds voor een andere behandeling kan worden gekozen.

Een groep onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek, onder leiding van prof. dr. René Bernards en Dr. Wilbert Zwart, heeft geprobeerd uit te zoeken waarom sommige tumoren ongevoelig zijn voor behandeling met Tamoxifen. Met behulp van genetische technieken kwamen zij erachter dat uitschakeling van een gen genaamd USP9X borstkankercellen ongevoelig maakt voor het medicijn. Daarna ontdekten ze dat in cellen waarbij dit gen ‘uit’ staat de activiteit van een hele reeks andere genen ook samenhangt met de gevoeligheid voor Tamoxifen. Op basis hiervan konden ze een zogenoemd genenprofiel samenstellen, een soort vingerafdruk van het DNA. Aan de hand van het genenprofiel van individuele patiënten kan worden voorspeld of diegene wel of niet baat zal hebben bij het medicijn. 

Gepubliceerd op:  19 augustus 2014 675 x bekeken