Intensieve controle spoort terugkeer darmkanker sneller op

Door op een nieuwe manier patiënten met dikke- of endeldarmkanker te controleren na het verwijderen van de tumor, is sneller een terugkeer van de ziekte op te sporen. Dit blijkt uit een proefschrift dat recent is verdedigd aan de RUG.
Hierbij wordt de aanwezige hoeveelheid van de tumormarker CEA (Carcinoembryonic Antigen) in het bloed vaker gemeten en bij stijging er van direct actie ondernomen. Hierdoor zijn patiënten bij terugkeer van de ziekte vaker te genezen dan volgens de huidige methode van controle. Dit blijkt uit een proefschrift van Charlotte Verberne van het UMCG. De nieuwe methode is bovendien kosteneffectief en positief gewaardeerd door patiënten.

In Nederland krijgen jaarlijks meer dan 13.000 patiënten de diagnose kanker aan de dikke darm of endeldarm. De behandeling is gericht op operatieve verwijdering van de tumor. Hierna blijven patiënten onder controle bij de arts. Het belangrijkste doel hiervan is de vroegtijdige opsporing van terugkerende ziekte; zo’n 20-25% van alle patiënten wordt hiermee geconfronteerd. In haar onderzoek ging Charlotte Verberne na wat de rol van de hoeveelheid CEA in het bloed is bij de controle van dikke- of endeldarmkanker. CEA is een tumormarker. De CEA stijgt bij de meeste patiënten (tot zelfs 80%) als er terugkerende ziekte is.

Verberne ging in 11 Nederlandse ziekenhuizen na wat het effect was van een nieuw protocol van controle. Het nieuwe protocol bestond uit tweemaandelijkse CEA-metingen en een CT-scan van buik en longen bij een duidelijke CEA-stijging. In de huidige richtlijn wordt ook CEA gemeten, maar dan 3- of 6- maandelijks en is de CT-scan niet opgenomen. Aan haar onderzoek deden 3223 patiënten mee, die zij twee jaar volgde. Uit de resultaten van haar onderzoek blijkt dat de terugkeer van de ziekte eerder is op te sporen dan volgens de huidige manier van controle.’ 
Gepubliceerd op:  12 februari 2016 622 x bekeken
Gerelateerde artikelen

Evaluatierapport: ‘Bevolkingsonderzoek darmkanker is succes’

Het aantal mensen dat van 2014 – 2017 heeft deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek darmkanker is hoger dan verwacht: 3,85 miljoen. Er zijn boven verwachting meer darmkankers en poliepen opgespoord: per 1.000 deelnemers zijn bij bijna 4 mensen darmkanker en bij bijna 20 mensen grote poliepen gevonden. Ook is het bevolkingsonderzoek zeer kosteneffectief. Dit blijkt uit het evaluatierapport dat is opgesteld door Erasmus MC Erasmus University Medical Center en het NKI Nederlands Kanker Instituut /Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis.

9 april 2019431 x bekeken

Het bevolkingsonderzoek darmkanker presteert beter dan verwacht

Uit de jaarlijkse monitor van het RIVM blijkt voor het eerst dat de screening beter darmkanker kan opsporen dan verwacht. Dat komt vooral door de zeer hoge deelnamebereidheid. De vroegtijdige opsporing leidt tot een sterke daling van het aantal mensen dat aan de ziekte overlijdt.

28 maart 2019235 x bekeken