NIVEL: Huisarts zou meer moeten doorvragen in soa-consult

Huisartsen zouden in soa-consulten meer ‘indiscrete’ vragen moeten gaan stellen om beter en gerichter op seksueel overdraagbare aandoeningen te kunnen testen. Dit zou het soa-consult ten goede komen, stellen onderzoekers van het NIVEL en RIVM. In de huisartsenpraktijk neemt het aantal consulten vanwege seksueel overdraagbare aandoeningen toe. Toch worden er nog te veel kansen gemist op verbeterde soa-diagnostiek bij risicogroepen. Slechts 20% wordt getest op de vijf meest voorkomende soa’s, zoals de richtlijn voorschrijft.
“Het soa-consult begint met een goede risico-anamnese, dus navraag bij de patiënt, om te bepalen of een test op chlamydia volstaat of dat het beter is om ook te testen op andere soa’s”, stelt NIVEL-projectleider, huisarts en epidemioloog Gé Donker. “Chlamydia is bij mannen meestal op te sporen in de urine en bij vrouwen met een vaginaal uitstrijkje met een wattenstaafje, maar bij mannen met homo- of biseksuele contacten moeten ook anale uitstrijkjes worden afgenomen. Voor testen op hiv of syfilis is een bloedmonster nodig.” 
 
 “Voor jongeren met wisselende seksuele contacten, homoseksuele mannen, en patiënten uit landen en gebieden waar veel hiv voorkomt, worden maar weinig van deze uitgebreide tests aangevraagd. Ook worden er bij homoseksuele mannen maar weinig rectale tests aangevraagd”, stelt Donker. “De seksuele geaardheid of het aantal partners en hun etniciteit is vaak niet bekend bij de huisarts. Gerichter doorvragen in het consult is noodzakelijk om het beleid voor het testen op soa’s te verbeteren. Testen op hiv en hepatitis B moeten sneller worden aangeboden aan homoseksuele mannen en mensen uit gebieden waar veel hiv en hepatitis B voorkomt.”
 
De nieuwe NHG-standaard geeft hiervoor duidelijke adviezen. Donker: “Als de richtlijnen goed worden gevolgd, krijgen mensen met een laag risico geen onnodige tests en worden soa’s bij mensen met een hoger risico effectiever opgespoord en tijdig behandeld. Bij prostituees die bij de huisarts komen, worden de richtlijnen nu al goed toegepast. Voorlichting en preventie blijven uiteraard ook heel belangrijk. Voorkomen is beter dan genezen.”
 
Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn (voorheen Landelijk Informatienetwerk Huisartsenzorg (LINH) – 80 praktijken – en de Continue Morbiditeitsregistratie (CMR) peilstations van het NIVEL – 42 praktijken). Deze huisartsen rapporteerden tussen 2008 en 2011 naast vastgestelde soa’s, gegevens over etniciteit, seksuele voorkeur, aantal sekspartners in het afgelopen halfjaar, reden van het consult, soa-voorgeschiedenis, aangevraagde tests en testuitslag.
Gepubliceerd op:   6 september 2013 1347 x bekeken
Gerelateerde artikelen

Diagnostiek in het kader van SOA

Vroege opsporing en tijdige behandeling van SOA zoals chlamydia en hiv zijn belangrijk om complicaties te voorkomen én verdere overdracht tegen te gaan. ZonMw ondersteunt onderzoek op dit terrein binnen het project Infectieziektebestrijding.

24 oktober 2019531 x bekeken

Toename soa-diagnoses bij huisartsen, maar niet bij Centra Seksuele Gezondheid

Het RIVM heeft het soa jaarrapport uitgegeven. Hieruit blijkt dat aantal mensen dat een soa Seksueel overdraagbare aandoeningen -test doet bij een Centrum Seksuele Gezondheid is in 2018 gelijk gebleven. Ruim 18 procent daarvan bleek een soa te hebben. Chlamydia is de soa die het vaakst voorkomt onder hetero’s. Bij homomannen is dat gonorroe. Bij huisartsenpraktijken nam het aantal soa-consulten en -diagnoses toe, vooral onder mensen ouder dan 25 jaar.

10 juli 2019829 x bekeken

Aantal nieuwe hiv-besmettingen gedaald

Zo'n 750 mensen kregen vorig jaar te horen dat ze met hiv besmet zijn geraakt. Dat zijn er minder dan het voorgaande jaar, toen er 820 nieuwe hiv-infecties bijkwamen. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Hiv Monitoring.

29 november 2018496 x bekeken